donderdag 7 november 2024

Goede buren

“Nog even oefenen, buurman! Of moet ik buurvrouw zeggen?” Malik en zijn vriend lachen hard en slaan elkaar op de schouders. Al bij het inrijden van de straat had Roel gezien dat er nog maar één parkeerplek vrij was: recht voor het huis van zijn buurman Malik, die op de stoep met zijn maat staat te roken. Roel had op zich kunnen doorrijden naar een straat verderop om dáár een vrij plekje te zoeken, maar hij wilde zich niet laten kennen; vooral geen zwakte tonen bij dit soort types, zoveel weet hij wel. Nadat hij zijn Opel Corsa een keer of vijf opnieuw had proberen in te parkeren, lukte het hem eindelijk om de auto enigszins recht in het vak te krijgen. Inmiddels is hij uitgestapt en lacht hij maar gewoon een beetje mee met de heren. Zelfspot is de hoogste vorm van humor, nietwaar?
 
Sinds Malik hier is komen wonen met zijn vriendin Sacha, nu een klein jaar geleden, is het er niet per se leuker op geworden in de straat. Vooral in de zomer staan Malik en zijn vrienden hele dagen pontificaal op de stoep te roken en te drinken. Hun clubhuis aan de rand van de stad is op last van de burgemeester gesloten, en hun kenmerkende hesjes in de clubkleuren mogen ze al een tijdje niet meer in het openbaar dragen, maar een beetje ouwehoeren op het trottoir: wie doet hen wat? Soms rijdt Malik in de krappe eenrichtingsstraat hard tegen de richting in; iets wat Roel mateloos irriteert. En toen Roel opzocht hoe duur de nagelnieuwe BMW is waar zijn buren sinds een paar maanden in rondrijden – Malik is niet alleen verzot op snelle motoren, maar ook op dure auto’s –, bleek die een cataloguswaarde te hebben van ruim anderhalve ton.
 
Het bevalt Roel allemaal niets. In het begin grapte hij nog wel eens tegen Laurien dat hij wel even langs zou gaan bij de nieuwe buren, om aan te bieden dat hij hen voor slechts vijfhonderd euro per maand zou beschermen, maar inmiddels is het lachen hem wel vergaan. Laurien durft eigenlijk niet goed meer langs hun huis te lopen, en hijzelf in alle eerlijkheid ook niet; niet dat er concreet iets gebeurt, maar van de smalende blikken en opmerkingen van Malik en zijn clubmaatjes wordt hij erg nerveus. Bovendien heeft hij natuurlijk ook wel gelezen wat er allemaal speelt rondom de club: drugshandel, illegaal wapenbezit, zware mishandelingen… Geen types waar je ruzie mee wil krijgen. Nu is Roel überhaupt geen ruziezoeker van nature – integendeel, als hij tijdens een stapavond ook maar iets van dreiging bespeurt is hij er al vandoor –, maar sinds Malik hier woont is hij nóg meer op zijn qui-vive dan hij van nature al is. Hoe is die man ook eigenlijk in deze aangeharkte stadswijk terechtgekomen?

Het is al na achten als de bel gaat. Roel en Laurien kijken elkaar aan. “Verwacht jij iemand?”, vraagt Laurien.
“Nee, volgens mij niet. Ik kijk wel even.”
Zodra hij de gang inloopt, herkent hij door het melkglas van de voordeur meteen de bonkige gestalte van Malik. Omdraaien heeft geen zin meer; hij is al gezien.
“Buurman! Niet zo bang kijken hoor!” Met zijn getatoeëerde vuist geeft de breed lachende Malik hem een boks, die door Roel krachteloos wordt beantwoord. “Heb je iets te doen?”
“Nee hoor, niet echt. We zitten een film te kijken”, stamelt Roel.
“Dat is mooi, want ik heb even een klein probleem. Jij doet iets met computers en zo, toch?”
“Ja, nou ja. Ik werk als systeembeheerder bij het ziekenhuis.”
“Dan weet je ook wel iets van internet, toch? Ik zit namelijk al een halve dag te kloten met mijn nieuwe internetaansluiting. Ik krijg het maar niet werkend.” Maliks gezicht betrekt. “Ik heb dat nieuwe kastje al bijna kapotgesmeten van woede.”
“Dat is niet best.”
“Nu dacht ik: zou jij misschien even willen meekijken? Waarschijnlijk heb jij het zo aan de praat.”
Roel voelt hoe zijn gezicht warm wordt, hopelijk merkt Malik het niet op. “Ja, dat kan wel even denk ik? Wacht, ik zeg even tegen Laurien dat ik weg ben.” 
Hij loopt terug naar de woonkamer. Laurien kijkt hem vragend aan. “Ik ben even naar hiernaast, oké? Malik vraagt of ik even naar het internet wil kijken. Hopelijk ben ik zo terug.”
 
In de opvallend smaakvol ingerichte woonkamer van Malik en Sacha is het warm, erg warm. Diverse planten en fotolijsten geven de ruimte een knusse aanblik. Malik wijst naar een hoek van de kamer, naast het vintage dressoir. “Kijk, daar staat dat kastje. Ik heb het precies zo aangesloten als in de handleiding staat, maar hij doet nog steeds niks. Ik heb alles al een keer geprobeerd, gék word ik ervan.”
”Heb je hem ook al een keer opnieuw opgestart?”
“Ja, een paar keer al, maar hij weigert verbinding te maken. Ik snap er niks van.”
“Ik zal eens even kijken.”
Roel hurkt neer bij het kastje. Het lijkt op het exemplaar dat hij vorig jaar bij zijn ouders heeft geïnstalleerd, de handleiding die Malik hem aanreikt heeft hij waarschijnlijk niets eens nodig. De kabeltjes lijken goed te zitten, dat kan het niet zijn. “Ik start hem nog een keer opnieuw op, oké?
“Dat had ik toch al gedaan?”
“Ja, maar misschien pakt-ie hem deze keer wel.”
Roel trekt de stekker uit het stopcontact en wacht een seconde of vijftien voordat hij de router weer aanzet.
“Waarom wacht je nou zo lang met opnieuw inschakelen?”
“Vaak duurt het even voordat het geheugen helemaal leeg is en de oude netwerkverbinding helemaal beëindigd is. Daarom kun je het beste even minstens tien seconden wachten, dan wordt de software gereset en maak je ook echt een schone start, zeg maar.”
Malik fronst. “Het wordt me nu alweer te moeilijk. Maar goed, het zal me benieuwen.”
 
Roel steekt de stekker in het stopcontact. De groene en oranje lampjes op de router beginnen driftig te knipperen, en al snel is de internetverbinding op volle sterkte. Malik zet grote ogen op. “Wow, fuck zeg, wat goed. Fuck! Sacha, kom eens kijken! De buurman heeft het internet aan de praat gekregen!”
Sacha, die tot nu toe wat rondscharrelde in de grote woonkeuken, komt de kamer binnenlopen. Roel vindt haar best wel aantrekkelijk, met haar strakke, getatoeëerde fitnesslijf en haar rossige paardenstaart, maar aankijken durft hij haar nauwelijks. Sacha komt naast hem staan en wrijft hem over zijn onderrug. “Wow, super zeg, echt heel fijn. Wat was nou precies het probleem?”
“Blijkbaar moet je gewoon de stekker er even uit halen en dan minstens tien seconden wachten. Dat had ik zelf ook nog wel gekund. Maar goed, het werkt! Eindelijk!”
Sacha kijkt Roel aan met een mengeling van bewondering en medelijden. “Wil je misschien nog wat drinken? Koffie, of een biertje misschien?” Ze knipoogt naar hem. “Of iets sterkers?”
Roel voelt hoe hij rood wordt. Waarom nou toch weer, waarom? “Nee, ik ga maar eens naar huis denk ik. Morgen moet ik weer vroeg op.”
“Echt niet? Jammer. Doe je de groeten aan je vriendin? Lijkt me echt een heel lief meisje, jullie moeten anders maar een keer komen borrelen hier. Malik, laat jij de buurman even uit?”
Malik kijkt verstoord op van zijn telefoon. “Ja, ja, is goed.”
 
In de straat gaan al een tijdje geruchten rond dat Malik zijn voordeur aan de binnenkant heeft laten verstevigen met een dikke metalen plaat, maar daar valt toch niets van te zien, constateert Roel als hij in de hal staat en de kleine ruimte in zich opneemt. Misschien valt het toch wel mee allemaal, met die buren van ‘m.
“Nogmaals bedankt voor je hulp buurman, echt superfijn.” Malik slaat hem maar weer eens vrij hard op de schouders, wat een kracht heeft die man toch. “Hier, ik heb nog iets voor je.” Malik pakt een biljet van tweehonderd euro uit zijn portemonnee, vouwt het dubbel en stopt het langzaam in het borstzakje van Roels overhemd. “Voor de moeite.”
Roel kijkt hem verschrikt aan. “Nee, sorry, dat kan ik echt niet aannemen, het was een klusje van niks. Ik hoef er niets voor te hebben, hoor. En dit is sowieso veel te veel.”
Maliks gezicht betrekt. “Natuurlijk kun je dit wel aannemen. Jij maakt mij blij, ik maak jou blij. Zo werkt dat.” Hij legt zijn ene hand in Roels nek en klopt met de andere op het borstzakje. “Goede buren onder mekaar, weet je wel. Het is altijd handig om iemand als jij in de buurt te hebben. Je weet nooit wanneer het nog eens van pas komt.” Malik knijpt nog wat steviger en trekt Roels hoofd een beetje naar zich toe. “En niet vergeten: omgekeerd werkt dat ook zo. Laat het me vooral weten als je een keer een probleem hebt, dan kom ik je helpen.”

Als Roel even later weer alleen op de stoep staat, ziet hij aan de overkant van de straat zijn eigen muisgrijze Corsa naast de glanzende BMW van Malik staan. Eén van de twee auto's gaat zo meteen een deuk oplopen, zoveel is zeker.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten